Communicatie bij autisme in de zorg | GOED Academy – GOED. Academy
Communicatie bij autisme: wat werkt wel (en niet)?

Communicatie bij autisme: wat werkt wel (en niet)?

Communicatie bij autisme: wat werkt wel (en niet)?

Goede communicatie is de basis van elke zorgrelatie, maar bij cliënten met autisme werkt het net even anders. Wat voor de één duidelijk is, kan voor iemand met autisme juist verwarrend zijn. En wat bedoeld is als vriendelijk, kan als overweldigend worden ervaren. Als zorgprofessional of mantelzorger is het daarom belangrijk om te begrijpen hoe communicatie bij autisme werkt én wat je beter kunt vermijden.

In dit artikel leggen we uit waar mensen met autisme vaak tegenaan lopen in de communicatie, wat je kunt doen om beter aan te sluiten, en welke praktische tips je meteen kunt toepassen in de dagelijkse zorg.

Hoe werkt communicatie bij autisme?

Autisme beïnvloedt de manier waarop iemand prikkels verwerkt. Veel mensen met autisme hebben moeite met sociale interactie, non-verbale signalen en figuurlijk taalgebruik. Dat betekent dat lichaamstaal, grapjes of vage omschrijvingen minder goed aankomen of zelfs zorgen voor stress.

Waar jij misschien denkt: "Je moet nu even geduld hebben", hoort iemand met autisme bijvoorbeeld alleen "je moet" zonder gevoel voor context of nuance. Dit kan leiden tot verwarring, frustratie of terugtrekgedrag.

Ook kan taal letterlijk genomen worden. Zeg je: "Even je tanden poetsen en dan springen we in de auto", dan kan dat letterlijk worden geïnterpreteerd als: eerst poetsen, dan fysiek springen in een voertuig. Klinkt grappig, maar voor iemand met autisme kan het onduidelijkheid en spanning veroorzaken.

Wat werkt wél?

Mensen met autisme varen goed bij duidelijke, voorspelbare communicatie. Dat betekent:

  • Gebruik eerlijke en eenvoudige taal. Vermijd dubbele boodschappen of metaforen.
  • Geef stap-voor-stap uitleg bij handelingen of routines.
  • Zeg wat je doet en doe wat je zegt. Benoem letterlijk wat er gaat gebeuren.
  • Laat stiltes toe. Iemand met autisme heeft vaak wat meer tijd nodig om informatie te verwerken.
  • Gebruik visuele ondersteuning als dat helpt: denk aan pictogrammen, dagschema’s of een whiteboard.

Ook vaste zinnen of scripts kunnen prettig zijn. Denk aan: "Ik ga nu je arm wassen, daarna je hand." Of: "Over vijf minuten gaan we naar buiten." Door deze duidelijkheid creëer je rust.

Wat kun je beter vermijden bij autisme?

Sommige communicatiestijlen werken juist averechts. Vermijd:

  • Vage vragen zoals "Wil je straks even mee?" (wanneer is straks? waarheen?)
  • Sarcasme of grapjes met een dubbele bodem
  • Overmatige lichaamstaal of gezichtsuitdrukkingen die niet overeenkomen met wat je zegt
  • Onverwachte veranderingen in planning zonder uitleg

Het helpt ook niet om te snel te praten of te veel informatie tegelijk te geven. Focus op één boodschap per keer.

Communiceren met mensen met autisme vraagt om afstemming, geduld en heldere taal. Maar als je eenmaal weet waar je op moet letten, wordt het contact vaak een stuk soepeler en prettiger voor beide kanten. Je helpt iemand letterlijk om grip te krijgen op zijn of haar omgeving.

Wil je hier beter in worden? Bij GOED Academy bieden we e-learnings over autisme in de zorg, communicatie en gedragsbeïnvloeding. Daarmee vergroot je je kennis én je vaardigheden zodat je met vertrouwen kunt zorgen voor cliënten met autisme

.template-page h1 { display: none; } .blog-articles-list { display: grid; grid-template-columns: repeat(auto-fit, minmax(320px, 1fr)); gap: 2rem; }