Lokale anesthetica: soorten en toepassingen in de zorg | GOED. Academy
Lokale anesthetica: soorten en toepassingen in de zorg

Lokale anesthetica: soorten en toepassingen in de zorg

Lokale anesthetica: soorten en toepassingen in de zorg

Lokale anesthetica lijken misschien iets voor de artsen of de OK, maar in de dagelijkse zorg kom je ze veel vaker tegen dan je denkt. Een verdovende crème bij een kind met prikangst, een gel bij het inbrengen van een katheter, een kleine injectie vóór een pijnlijke wondbehandeling: het zijn allemaal vormen van lokale verdoving. Voor cliënten kunnen deze middelen het verschil maken tussen spanning en vertrouwen. Voor jou als zorgprofessional is het belangrijk dat je begrijpt wat ze doen, hoe je ze veilig inzet en welke signalen je in de gaten moet houden.

Wat doen lokale anesthetica in het lichaam?

Lokale anesthetica zorgen ervoor dat zenuwen tijdelijk geen pijnsignalen meer kunnen doorgeven. Je brengt het middel plaatselijk aan - op de huid, in het slijmvlies of in de buurt van een zenuw - en daar blokkeert het de prikkelgeleiding. Het gevolg is dat het gebied gevoelloos wordt, terwijl de cliënt gewoon bij bewustzijn blijft. Dat maakt deze middelen heel geschikt voor kleine ingrepen of pijnlijke handelingen waarbij een algehele narcose totaal niet nodig is.

De werking begint meestal na een paar minuten. Bij injecties merk je het effect vaak snel, bij crèmes zoals EMLA moet je wat meer geduld hebben. De verdoving houdt vervolgens een half uur tot enkele uren aan. Daarna komt het gevoel langzaam terug. Cliënten ervaren dat soms als tintelen of een wat vreemd, slap gevoel.

Welke soorten zie je het meest in de zorg?

In de praktijk kom je vooral middelen tegen met lidocaïne, prilocaïne of een combinatie daarvan. Lidocaïne wordt gebruikt in injecties, gels en soms in sprays. Het heeft een snelle, betrouwbare werking en is daardoor heel geschikt voor korte, pijnlijke momenten, zoals het hechten of reinigen van een wond.

EMLA-crème (lidocaïne + prilocaïne) zie je veel bij kinderen, maar ook bij volwassenen die angstig zijn voor prikken. De crème wordt onder een pleister aangebracht en heeft tijd nodig om in te trekken. Als je die tijd serieus neemt, kan een bloedafname of infuusplaatsing een stuk minder stressvol worden.

Naast crèmes en injecties zijn er verdovende gels en vloeistoffen voor in de neus, keel of urinewegen. Denk bijvoorbeeld aan een glijmiddel met verdoving bij het inbrengen van een katheter. Het maakt de handeling minder pijnlijk, maar vermindert ook de kans op verkramping en beschadiging.

Wanneer gebruik je lokale anesthetica in de dagelijkse zorg?

In veel zorgsituaties kun je met een beetje lokale verdoving de belasting voor de cliënt flink verlagen. Voorbeelden zijn:

  • het reinigen van een diepe of ontstoken wond
  • het verwijderen van hechtingen of korsten die vastzitten
  • het doen van kleine dermatologische ingrepen, zoals een biopt
  • het inbrengen van sondes of katheters
  • het prikken bij kinderen of angstige volwassenen

Wat al deze situaties gemeen hebben, is dat er sprake is van een korte, scherpe pijnprikkel. Cliënten kunnen dan dichtklappen, wegtrekken of juist heel gespannen raken. Door pijn vooraf te verminderen, wordt de hele ervaring rustiger. Dat merk je ook aan de samenwerking: iemand die jou vertrouwt, werkt beter mee, en daar profiteert het hele behandelproces van.

Waar moet je alert op zijn als zorgprofessional?

Hoewel lokale anesthetica plaatselijk werken, zijn het geen “onschuldige” smeersels. Dosering, timing en observatie zijn belangrijk. Bij kinderen en kwetsbare ouderen moet je extra goed op de maximale hoeveelheid letten. Het lichaam is kleiner, waardoor een relatief kleine overdosis toch klachten kan geven.

Ook de huid speelt een grote rol. Een intacte huid neemt het middel anders op dan een wond of een beschadigd slijmvlies. Bij een kapotte huid kan het middel sneller in de bloedbaan komen. Je moet dus altijd goed kijken waar je het aanbrengt en of de dosering daarbij past.

Daarnaast is er de inwerktijd. Een verdovende crème die er net op zit, werkt nog niet. Als je dan toch begint, ervaart de cliënt pijn en heeft hij of zij weinig vertrouwen meer in “die crème die zogenaamd zou helpen”. Het loont om de tijd te nemen, zeker bij kinderen: als zij merken dat een prik echt minder pijn doet, geeft dat veel vertrouwen voor volgende behandelingen.

Bijwerkingen en risico’s

Bij correct gebruik zijn lokale anesthetica over het algemeen veilig. Toch kunnen er bijwerkingen optreden. Soms zie je plaatselijke roodheid, lichte zwelling of een branderig gevoel. Dat is meestal kortdurend en niet gevaarlijk. Zeldzamer zijn echte allergische reacties, waarbij zwelling, hevige jeuk of benauwdheid kunnen optreden.

Bij een te hoge dosis, vooral bij kleine kinderen, kunnen ook meer algemene klachten ontstaan, zoals duizeligheid, oorsuizen, een metaalachtige smaak in de mond of onrust. Dat zijn signalen dat het middel systemisch is opgenomen en dat er direct gehandeld moet worden. Ook daarom is het belangrijk dat dosering en tijdsduur bekend zijn op de afdeling en dat zorgprofessionals weten wat ze doen.

Jouw rol in uitleg en geruststelling

Lokale verdoving gaat niet alleen over een middel, maar ook over beleving. Zeker bij prikangst is jouw uitleg minstens zo belangrijk als de crème. Als je rustig uitlegt wat er gaat gebeuren, wat iemand kan voelen en hoe lang het duurt, kan een cliënt zich beter voorbereiden. Bij kinderen helpt het om bijvoorbeeld samen af te tellen, iets te laten kiezen (welke arm, welke pleister) of afleiding in te zetten.

Ook na de handeling blijf je observeren. Voelt het gebied nog steeds verdoofd? Zijn er klachten die niet passen bij het verloop? Door dit goed te rapporteren, kunnen collega’s en behandelaars daarop inspelen.

Wil je je verder verdiepen in lokale anesthetica? Volg dan onze e-learning lokale anesthetica of bekijk de bijbehorende trainingen van GOED Academy.

Veelgestelde vragen over lokale verdoving
Hoe snel werkt lokale verdoving?

Injecties werken meestal binnen enkele minuten. Crèmes zoals EMLA hebben ongeveer drie kwartier tot een uur nodig.

Hoelang blijft een gebied gevoelloos?

Afhankelijk van het middel kan dit variëren van een half uur tot een paar uur. Het gevoel komt geleidelijk terug.

Is lokale verdoving veilig bij kinderen?

Ja, mits de juiste dosering wordt gebruikt en voldoende inwerktijd wordt aangehouden. Bij kinderen is het extra belangrijk om protocollen te volgen.

Kun je allergisch zijn voor lokale anesthetica?

Dat komt zelden voor, maar het kan wel. Roodheid, zwelling of hevige jeuk na toediening moet altijd serieus genomen worden.

Waarom werkt de verdoving soms niet goed?

Ontstoken of erg warm weefsel kan verdoving minder goed opnemen. Ook een te korte inwerktijd kan ervoor zorgen dat een cliënt toch pijn voelt.